Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

Bij een groot aantal werkzaamheden kan het gebruik van één of meer PBM nodig, of zelfs verplicht zijn.

Aan de hand van de Risico-Inventarisatie & -Evaluatie (RIE) moet de noodzaak van PBM worden bepaald en de wijze waarop deze moeten worden gebruikt vastgelegd.

Voor elke organisatie is het belangrijk, dat er een overzicht is uitgewerkt van PBM die aan de medewerkers zijn verstrekt. Medewerkers moeten hebben getekend voor ontvangst en het juiste gebruik van PBM. Voor het gebruik van (specifieke) PBM kan aanvullende opleiding/ instructie noodzakelijk zijn.

Een inventarisatie omvat minimaal een overzicht (en evaluatie) van de aanwezige restrisico’s binnen de organisatie, waartegen de PBM moeten beschermen.

Bij de keuze voor PBM door de organisatie moet onder andere rekening worden gehouden met onderlinge afstemming van verschillende beschermingsmiddelen in geval deze gelijktijdig (moeten) worden gebruikt.

Het gebruik van PBM is de laatste stap in de arbeidshygiënische strategie:

  1. Het gevaar wegnemen
  2. Het gevaar afschermen of isoleren
  3. De betrokkenen volgens een (veiligheids)protocol/ -procedure laten werken om het gevaar uit te sluiten/ te beperken
  4. Gebruik maken van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

Dat wil zeggen dat altijd eerst de (belastende) bron aangepakt moet worden en pas als laatste oplossing het gebruik van PBM is toegestaan.
 
Voorbeelden van PBM zijn onder andere:

  • Adembescherming
  • Veiligheidsschoeisel/ voetbescherming
  • Veiligheidsbril/ oogbescherming
  • Veiligheidshandschoenen/ handbescherming
  • Veiligheidshelm/ hoofdbescherming
  • Gehoorbescherming
  • Reddingsvest/ zwemvest
  • Brandveilige-/ anti statische kleding
  • Beschermende- en/of reflecterende kleding

Opmerking

Bij valbeveiliging (PBM klasse III) is aanvullende opleiding/ instructie verplicht.

 

Copyright © 2016 Nense. Alle rechten voorbehouden.